Sperma-onderzoek


Sperma-onderzoek wordt door een aantal stamboeken gedaan als garantstelling voor de merriehouder. De inschatting die gedaan wordt met het sperma-onderzoek in het laboratorium blijft een inschatting. Voor het onderzoek wil het laboratorium weten of de hengst ziek is geweest. Aangezien dit van invloed kan zijn op de spermakwaliteit.

Spermaproductie is een heel langdurig proces. Als de hengst ernstig ziek is geweest, kan het weken duren voordat de hengst weer hersteld is en de spermakwaliteit weer goed is. Voor dit traject wordt ongeveer 6 weken aangehouden.

Ook wordt gekeken of de hengst ook testikels heeft. Er worden wel eens hengsten aangeboden zonder testikels. Testikelgrootte kan een factor zijn in de spermaproductie. Grote testikels wil niet altijd aanduiden dat er veel spermaproductie is, maar te kleine testikels, die waarschijnlijk te laat zijn ingedaald en onderontwikkeld zijn, kan een indicatie zijn dat de spermaproductie niet optimaal is. Ook wordt er gekeken naar de grootte, de stevigheid en de verhouding van beide testikels. De algehele conditie van de hengst wordt ook bekeken.

Nadat de hengst op het fantoom heeft gedekt wordt het sperma opgevangen en onderzocht. Uit het ejaculaat kan met het blote oog al een heleboel afgeleid worden. Een grote hoeveelheid ejaculaat wil niet zeggen dat dit ook per definitie beter is. In een kleinere hoeveel per sprong zitten waarschijnlijk meer zaadcellen in het ejaculaat.

Bij het onderzoek worden altijd 2 ejaculaten opgevangen met een tussentijd van 1 uur. In het 2e ejaculaat zit alijd meer  levende zaadcellen dan in de 1e sprong.
Omdat er meerdere ejaculaten opgevangen worden kan er een oordeel gevormd worden over de kwaliteit van het sperma. Hierbij wordt de beweeglijkheid en de bouw ook onderzocht. Met een toegevoegde kleurstof kan onder de microscoop bekeken worden hoeveel levende zaadcellen er zijn. De dode cellen krijgen een rode kleur. Bij de overige cellen kan je goed zien of de bouw goed is zodat het in de goede richting kan zwemmen. Aantal, bouw en beweeglijkheid worden met elkaar vermenigvuldigd. Hieruit komt een getal dat TNB (totale hoeveelheid normaal gebouwde goed bewegende zaadcellen) genoemd wordt. Dit getal geeft aan of de uitkomst goed genoeg is of niet zo goed.

De minimale grens van goed gebouwde en bewegende cellen moet voor AVS dekhengsten minstens 30% zijn. Bij hengsten die de ondergrens niet halen, wil niet zeggen dat ze onvruchtbaar zijn. Ze zijn echter niet zo vruchtbaar als hengsten die een hoger percentage levende zaadcellen hebben.
De ondergrens van de TNB voor AVS dekhengsten is 1000 als gemiddelde over 2 ejaculaten. ( zie ook goedkeuringseisen dekhengsten